Barokke rijkunst


Barokke periode
Dit is de periode waarin het rijden tot Kunst verheven werd.
L'Arte pour L'Arte. De tijd van de veldslagen is voorbij. Het paard werd toen in plaats van een strijdros een luxepaard. Het moest mooi zijn en zich elegant bewegen. Hoewel de oefeningen in deze periode meer tot in perfectie uitgevoerd werden, was er nog een duidelijke link naar de Renaissance periode met zijn veldslagen.

De belangrijkste leermeester uit deze periode was François Robichon de La Guérinière. Hij kon als geen ander zich de Kunst eigen maken, zonder de oude ruiterij uit het oog te verliezen. Hij zei hierover: "Het is de kunst om de natuurlijke aanleg en vaardigheden van het paard te begrijpen,en het paard daardoor zelfbewust en met veel uitstraling te ontwikkelen".

Onze periode is nauw verbonden met de barokke periode omdat ook wij tegenwoordig zonder druk in onze vrije tijd met de paarden kunnen omgaan. Ieder paardenras is hiervoor geschikt.



Barok is weer modern
De barokke rijkunst beleeft tegenwoordig een wedergeboorte. Ging het tijdens de barokke periode om hoog dramatische strijdduellen, nu gaat het om fijngevoelig, harmonieuze rijkunst.

Een opgewonden hengst hinnikt luid en schel tijdens het tromgeroffel.
Zwaarden kletteren hard tegen elkaar en mannen schreeuwen.
Een klungelige levade of een mislukte wending betekende bij de subtiele strijdduellen van de barokke tijd vaak het einde van paard en ruiter.
De communicatie tussen beide moest ten allen tijde tot in het kleinste detail kloppen. Wederzijds vertrouwen als ook wederzijds respect waren van levensbelang.
Bovendien waren paarden die functioneerden in het slagveld duur, hun opleidingen kostbaar en tijdrovend. Stierven ze niet op het slagveld dan moesten deze edele dieren zolang mogelijk berijdbaar en beschikbaar blijven.
Deze woorden kwamen van de grootste Franse grootmeester van de barokke periode Francois Robichon de la Guérinière in zijn in 1733 verschenen leerwerk "Ecole de Cavalerie".
Tegenwoordig wordt hij gezien als de grondlegger van de klassieke rijkunst. Guérinière benoemde als eerste een systematische opleiding voor het paard van licht naar zwaar.
Iedere vorm van geweld en dwang zwoer hij af. De filosofie achter de barokke rijkunst is voor ieder paard en pony geschikt en heeft niets aan actualiteit verloren.

Van slagveld naar vermaak aan het hof

De Franse grootmeester definieerde het schouderbinnenwaarts en beschreef de nog steeds geldende zit van de ruiter. Kennis van de anatomie en bewegingen van het paard waren voor hem een eerste vereiste om een goede ruiter te worden.
Nadat Guérinière zijn eigen rijschool uit financiële gronden moest opgeven werd hij in de hoog en laat barokke periode van 1730 tot aan zijn dood 1751 in de koninklijke stallen van Lodewijk XV aangesteld.
Hij leidde bovendien de rijschool in Tuilerien en mocht de titel "Ecuyer du Roi", rijmeester van de Koning voeren.
Lodewijk XV op zijn beurt was een achterkleinzoon van de "Zonnekoning", Lodewijk XIV. De Zonnekoning gold als de klasieke vertegenwoordiger van de absolute monarchie en stond bekend om zijn pompeuze voorstellingen. Hij woonde, net als Lodewijk XV in Versailles, het architectonische mekka met de weelderige versieringen van de barokke periode.
De kleding van de adel was prachtig en de feesten aan het hof waren verspillend en overdadig, net als de paarden.
Ze blonken uit door hun sulblieme en majesteueze optreden, gespeigeld aan die tijd.
Tot hun eigenschappen behoorden o.a. een zeer goede rijdbaarheid een zeer hoge wendbaarhied als ook hun enorme vermogen te vezamelen. Zeer ruim bewegen was niet hun sterkste kant.
De barokke paarden werden uitsluitend aan de toen geldende eisen gefokt namelijk met een enorme draagkracht van de achterhand.
Al tijdens de barokke periode veranderde de gevechtsstijl van de cavalerie. De duellerende ridder die met tactische manoeuvres en oefeningen van de hoge school zijn tegenstander uit het veld probeerde te slaan, verloor steeds meer aan betekenis.
Nadat de jonge Generaal-Luitenant von Seydlitz in 1757 met zijn cavalerie de Franse ruiters eenvoudig omver liep had de barokke vechtstijl volledig afgedaan. De niveauvolle rijkunst van de barokke periode werd voortaan enkel nog ter vermaak gepresenteerd op de feesten een het Hof. Een ontwikkeling die destijds als uiterst lichtzinnig gold omdat de ruiters daarvoor met een bepaald doel getraind werden en niet alleen ter vermaak.

Een wind van pracht en nostalgie

Heden ten dage beleeft de barokke rijkunst een soort wedergeboorte. Ze brengt een frisse wind van pracht en nostalgie uit het verleden in de vaak stressvolle en van techniek doordrongen tijd van alledag.
Daarbij komt dat het niet nodig is in een gepast outfit op een zogenaamd barok paard te rijden. Cruciaal is veel meer de filosofie die achter de barokke rijkunst zit. Het gaat in principe om het inleven en de harmonie tussen ruiter en paard. Met behulp van passende gymnastische oefeningen binnen een zinvol opgebouwde opleiding probeert men de draagkracht van de paardenrug en de daarbij behorende ontlasting van de benen te bewerkstelligen. Hiermee word een belangerijke hypothese voor een lange rijdbaarheid gecreëerd


inloggen